Bron: #Dwars door de buurt – editie 251
‘Goeiemorgen! De barbier voor u!’ De barbier schelde voor de vierde keer en wachtte geduldig bij de deur. ‘Niemand thuis?’ vroeg de melkboer. Hij zette zijn melkkar stil voor de woning op de hoek van de Middenweg en de Wakkerstraat en sprong van de bok. De barbier haalde zijn schouders op. ‘Normaal is de heer Roskam heel punctueel. Elke ochtend om zeven uur zit hij klaar voor zijn scheerbeurt.’ ‘Is zijn huishoudster niet thuis?’ De melkboer stak zijn hoofd door het rampje in de voordeur. ‘Vol-uk! De melkboer!’ Na een paar minuten gaf de barbier het op. ‘Ik kom straks nog wel een keertje terug.’ Ook de melkboer sprong weer op zijn wagen en zette het paard in beweging.

De melkboer rondde zijn bestellingen in de buurt af. Het was half acht. Nog vroeg. Onderweg naar zijn zaak kwam hij opnieuw langs het huis op de hoek.
Het zat hem niet lekker dat de twee oudjes niet thuis gaven. De heer Roskam was een altijd vrolijke man, die door iedereen in de buurt zeer bemind werd. Hij en zijn huishoudster waren al decennia lang onafscheidelijk. Hoewel de hele buurt wist dat ze heimelijk als man en vrouw leefden, deed men alsof men dat niet wist. De barbier kwam ook net aanwandelen met zijn scheergerei. Nogmaals schelde het tweetal. ‘Mejuffrouw, u heeft uw flessen niet buiten gezet. Heeft u nog melk nodig vandaag? En de barbier is hier voor meneer. Hallo?’ ‘Wat denkt u, moeten we de veldwachter waarschuwen?’ vroeg de barbier bezorgd. ‘Ik denk dat we beter zelf een kijkje kunnen nemen. Je weet het maar nooit met zulke oudjes. Misschien zijn ze ziek geworden’, antwoorde de melkboer, terwijl hij zijn arm door het raampje in de deur stak en de deur van het slot trok. Voorzichtig liepen de heren de trap op, bang om de twee oude mensen te laten schrikken als zij onverwacht twee mannen de kamer binnen zouden zien komen. Ze klopten nogmaals op de deur van de woonkamer, alvorens binnen te stappen. Onmiddellijk hield de melkboer de barbier tegen. ‘Moment, dit is geen fijn gezicht, mijn beste’. De barbier drong zich langs de melkboer naar binnen en slaakte een zucht.
In zijn leunstoel zat de oude heer Roskam, gekleed in zijn beste pak. Zijn rechter slaap kleurde donker. Op de grond naast zijn stoel lag een revolver, op tafel lagen drie lege kogelhulzen. Bezorgd liep de melkboer door de kamers. Alles zag er keurig schoon en opgeruimd uit. ‘Mejuffrouw M? Mejuffrouw? Ach…’ De huishoudster, al jarenlang de trouwe metgezel van haar werkgever, lag in haar netste kleren met een bebloed gelaat, op bed, haar benen op de vloer. Het bed was opgemaakt. De barbier gluurde bleek de kamer in. ‘Ik- ik denk dat ik de veldwachter nu maar zal gaan waarschuwen’. #
Op 29 april 1908 vonden de melkboer en de barbier van de 75-jarige meneer Roskam hem thuis. Hij had zichzelf gedood met een revolverschot. Nadat hij zijn geld verkeerd belegd had, had de voormalig exploitant van theetuin Oud-Roosenburch wegens financiële problemen besloten tot deze wanhoopsdaad.
Hij en zijn 70-jarige huishoudster, in de kranten slechts genoemd als ‘Mejuffrouw M.’, waren zo aan elkaar gehecht dat zij niet zonder elkaar wilden leven. Zij had hem dan ook verzocht haar eerst dood te schieten, zo concludeerden de veldwachters die ter plaatse kwamen.
Melissa Plomp
Geef een reactie