Bron: #Dwars door de buurt – editie 255
Het vroegere Buurtcentrum Transvaal, BOOST, is sinds kort officieel een gemeentelijk monument. Na lang lobbyen is het Erfgoedvereniging Heemschut gelukt het gebouw van de sloop te redden en te behouden. Het functioneert inmiddels al negen jaar als ontmoetingscentrum en springplank voor nieuwkomers met een vluchtachtergrond.

Destijds bestond er in het stadsdeelbestuur verzet tegen behoud. Het gemeentebestuur nam toen de afhandeling van de aanvraag tot behoud over en nu is het dan eindelijk een monument. Het bestuur besloot tot aanwijzing vanwege de uitzonderlijke architectuur. Het is een modernistisch bouwwerk uit 1975 en weerspiegelt de toen heersende opvattingen over stadsvernieuwing met veel aandacht voor sociaal-culturele voorzieningen in de buurt zelf.
Flexibel
Het gebouw kreeg een multifunctionele opzet met grote transparantie naar de buurt. Architect Pi de Bruijn, bekend van de uitbreiding van het Concertgebouw en de Parlementszaal van de Tweede Kamer, ontwierp een bijzonder poortgebouw over de Daniel Theronstraat heen. De zichtbare constructie bestaat deels uit een betonskelet, deels uit staal.
De ruimten in het gebouw zijn in principe tamelijk flexibel indeelbaar. De tussenwanden en vloeren zijn gemaakt van glazen bouwstenen, wat de transparantie sterker maakt. Het overvloedig gebruik van primaire kleuren zoals geel en blauw geven het gebouw een heel frisse, uitnodigende uitstraling. Het is het eerste bouwwerk van Pi de Bruijn en hij is er nog steeds heel trots op en voelt zich er sterk bij betrokken.
Thuisbasis
Je kunt het gebouw zo maar binnenlopen. Nieuwkomers in de stad van welke kleur of afkomst ook hoeven geen enkele schroom te hebben om een kijkje te komen nemen. En wat je er kan doen is bijvoorbeeld een taal leren en dat is voor de nieuwkomers vooral het Nederlands. In het taalcafé, het taaltheater of in groepjes. Al bijna tien jaar is de organisatie Boost een thuisbasis voor nieuwkomers met een vluchtachtergrond, vrijwilligers uit de omgeving en organisaties die hen ondersteunen. Mensen kunnen vanaf hun aankomst in Nederland meedoen: de taal leren, een netwerk opbouwen, cultuur uitwisselen en zich op eigen tempo ontwikkelen. Zo bouwen nieuwkomers vanaf dag een op een laagdrempelige en waardige manier aan hun toekomst. Het uitgebreide programma wordt door meer dan tweehonderd vrijwilligers gedragen. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen mensen met of zonder papieren. Boost is inmiddels uitgegroeid tot een centrale plek in Amsterdam. In de grote zaal beneden, aan de tafels doen enthousiaste deelnemers taalspelletjes om het Nederlands machtig te worden. Als ik aan een tafeltje ga zitten samen met vrijwilligster Dieneke word ik meteen aangesproken door een paar deelnemers, die direct koffie voor ons gaan halen.
Praatvrees overwinnen
Iedereen is in voor een gezellig praatje. Zo oefenen ze op een laagdrempelige manier hun spreekvaardigheid. De sfeer is dan wel ontspannen en heel gemoedelijk, maar wat je te horen krijgt is niet altijd even leuk. Hoewel mensen graag zo snel mogelijk willen bijdragen aan de samenleving is het vinden van een baan niet altijd makkelijk. Jacob uit Afghanistan woont hier al tien jaar en heeft inmiddels een Nederlands paspoort, maar voelt zich nog steeds gediscrimineerd op de arbeidsmarkt. Hij werkte in een supermarkt maar een vast contract? Ho maar! Elke maand krijgt hij andere werktijden, nu eens twee, dan weer drie dagen en tegen een heel lage beloning. Na drie maanden is hij al weer ‘los’.
Sommige deelnemers die bij Boost meedoen, gaan zelf ook als vrijwilliger daar aan de slag. Ze gebruiken Boost als springplank naar een betaalde baan. Naast taal, informatievoorziening en het ontwikkelen van vaardigheden is er ook ruimte om samen te sporten. In de grote gymzaal op 2-hoog kun je bijvoorbeeld leren voetballen, volleyballen, kickboksen en -veelal door vrouwen- leren fietsen.
Lessen gratis
En het kost bijna niets. Er mogen geen financiële drempels zijn. De lunch beneden in de eetzaal met bar kost niks als je met een programma meedoet. Ik praat met deelnemerscoördinator Subhi Almatroud. Hij vluchtte in 2016 uit Syrië met zijn moeder en drie zussen. Via een kennis van het AZC belandde hij bij Boost. Is hij blij met de monumentenstatus van het gebouw? ‘Ja zeker, heel terecht want het is een mooi gebouw, heel open en transparant en dat hoort bij onze missie. Het is heel flexibel in grootte van de ruimtes. De gemeente wil het nu ook gaan verduurzamen door alle ramen van dubbel glas te voorzien. Maar we mogen aan de buitenkant van het gebouw niets en aan de binnenkant maar heel weinig veranderen. Elk jaar geven we zelf met een groot team van vrijwilligers het gebouw een grote schoonmaak- en verfbeurt. Het centrum bloeit enorm en er komen per dag wel zo’n 120 geïnteresseerden binnen.’ Inmiddels droomt Boost zelfs van een tweede locatie in Amsterdam-West omdat daar de vraag naar een plek als Boost ook groot is.
Er is naast het grote team vrijwilligers een klein team van betaalde krachten. De organisatie wordt gesteund door zowel de gemeente als door een divers aantal fondsen en donateurs. Inmiddels maken naast Boost tal van andere organisaties gebruik van het prachtige pand zoals Dokters van de Wereld en de Regenbooggroep. Hierdoor is er een breed aanbod van activiteiten en kunnen mensen makkelijk worden doorverwezen. Sabhi: ‘Het contact met de buurt is goed. Elk jaar vieren we bijvoorbeeld samen een Vrijheids- en een Iftarmaaltijd. Ook worden er af en toe culturele middagen en muziekoptredens georganiseerd.’
Boost is een plek van verbinding zoals architect Pi de Bruijn het pand in de jaren 70 voor ogen had. #
Jaap Kamerling
Geef een reactie