Bron: #Dwars door de buurt – editie 256
M’n moeder vertelde me, het was een van de eerste mooie dagen van het jaar 2000, dat ik de toen nog zeer jonge berk een beetje af moest toppen. Ik meen me te herinneren dat ze zei dat de berk dan sneller hoog zou groeien. Een dergelijk argument in ieder geval.

Het was een milde winterdag en mijn moeder voor het eerst in m’n nieuwe huis nu ik voorlopig klaar was met behangen, verven en inrichten. Ik was in een goed humeur, dus ik deed wat ze zei. Ik boog de top naar me toe en knipte ongeveer een halve meter er vanaf.
Bladerdichtheid
Inmiddels, 26 jaar later, torent de berk boven de daken uit. Dat is drie etages hoog plus een zolder. Alleen 30 meter verderop in de rij achtertuinen in de Vrolikstraat lijkt een andere berk die van mij af te troeven. Maar het is lastig meten als ik dat van onderen op het oog moet doen. De berk doet zijn werk goed: hij houdt de hitte van de zomer voor een groot deel tegen, ook al is een berk niet bepaald bekend om zijn bladerdichtheid. Precies goed eigenlijk: hij laat genoeg licht door en in de groene schaduw van het gebladerte is het goed toeven.
Wie met wie?
Verder is het voor een groot deel van het jaar het onderkomen van een leger aan berkensmalsnuiten, wantsen van ongeveer een halve centimeter. Onhandige beestjes overigens, want bij het minste rukwindje kan je ze onderaan de boom aantreffen. Verstopt tussen de eerste bladeren van de maagdenpalm wanen ze zich veilig, soms wel met enkele tientallen, dicht tegen elkaar aangekropen. Misschien zijn ze dan al druk aan het overleggen wie het met wie gaat doen.
Elzensmalsnuit
Op een gegeven moment zullen ze toch weer de boom moeten beklimmen, want hun favoriete maaltijd berkenzaad (ze lusten ook elzenzaad, maar daar in de bijbehorende boom hebben ze concurrentie van de elzensmalsnuit) hangt voorlopig nog hoog; wachten tot de zaden uit zichzelf naar beneden komen kan de hongerdood betekenen. De berkensmalsnuit kan wel vliegen, maar wantsen staan niet bekend om hun goede vliegvaardigheid.
Berkenkielwants
Vlak nadat ik stopte met werken in 2019 ben ik bij gaan houden wat ik zoal tegenkwam in mijn tuin. De eerste wants die zich voordeed was de berkenkielwants; zoals zijn naam al aangeeft ook al afhankelijk van mijn berk. Over de jaren heen heb ik de berkensmalsnuit het meest gesignaleerd. Het geeft misschien wel aan hoe belangrijk de aanwezigheid van de berk is voor het leven in en rondom mijn tuin.
Groen eiland
Een enkele keer kan ik mijn tuin vanuit de hoogte bezien. Er is af en toe wel eens iemand jarig hierboven en dan maak ik van de gelegenheid gebruik om vanaf een hogere etage de ons omringende tuinen te vergelijken met die van mij. Veel steen, in de vorm van tegels vooral, weinig groen buiten bomen en een enkele heg, waar mijn tuin slechts een enkel paadje heeft ter breedte van zo’n tuintegel. Zo is mijn tuin een groen eiland, waarbij een beestje maar beter goed (en lang) kan vliegen wil het nieuwe territoria onderzoeken op nieuwe soortgenoten. #
Ton Zijp
Geef een reactie