Bron: #Dwars door de buurt – editie 255
Gezichtloze figuren die zich in uitdagende bochten wringen, zo zou je het kleurrijke werk van Guda Koster in een notendop kunnen samenvatten. Hoe geeft ze haar sculpturen vorm? Dwars bezoekt de kunstenaar in haar atelier in Betondorp.

Guda Koster woont in de Transvaalbuurt; een paar kilometer fietsen en ze is in haar atelier in Betondorp. In het gebouwencomplex zitten – naast een crèche en een Arabische school – ook werkruimtes voor allerhande creatieven (vormgevers, schrijvers, een componist). In Guda’s lichte studio valt mijn oog meteen op een grappige sculptuur op haar werktafel: een oranje bol wol waar twee beentjes uitsteken (een werk dat in oplage in een museumshop te koop was). De benen van Ken, verklapt Guda, want de voeten van Barbie blijven niet staan.
Speels
Opvallend aanwezig in het atelier is ook een groot werk dat Guda recentelijk maakte in opdracht van het bedrijf DSM-Firmenich, voor het hoofdkantoor in Parijs, een groep van drie gezichtloze figuren, een gezin: man, vrouw en dochter, die een vierkant hondje aan de lijn houdt. Dat speelse element is kenmerkend voor haar werk. Eerder maakte Guda Koster voor Centre Pompidou Clermont Ferrand It’s Playtime (2023) een opstelling van kleurrijke speelgoedtoestellen voor kinderen tussen 0 en 6 jaar, een favoriete opdracht. ‘De kinderen vlógen op de toestellen af om ermee te spelen. Geweldig om te zien,’ zegt ze met een grote glimlach. ‘Voor mij begint werken ook met spelen.’
‘Voor mij begint werken ook met spelen’
Ingewikkeld
Guda Koster gebruikt regelmatig (etalage)poppen voor haar sculpturen, maar vaker nog zet ze tegenwoordig het eigen lichaam in. Ze hult zichzelf – als model – in zelfgemaakte kleding met ringen of hoepels om het lichaam of blokken om het hoofd, soms tegen een neutrale, vaak een gekleurde achtergrond. Met een zelfontspanner maakt ze vervolgens een foto – en dat beeld is het kunstwerk. Eenvoudig is dat niet. Ze slaat haar laptop open en toont een foto van zichzelf in een patroon van rode en blauwe strepen, die perfect op elkaar staan. ‘Deze was wel ingewikkeld!’ lacht ze: ‘Van deze pose heb ik wel honderd foto’s gemaakt. Vaak stonden de strepen niet goed op elkaar of dan stond ikzelf net niet goed…’ Ze maakt graag heldere beelden, ze houdt niet van franje. Ze is altijd nieuwsgierig hoe de combinatie van kleur en gebaar uitpakt. Gezichten zijn in haar beelden bewust nooit zichtbaar, vertelt ze: ‘Op Instagram zie je vaak lachende gezichten, het moet altijd maar happy en mooi zijn. Bij mijn werk moet je je tot figuren verhouden door te kijken naar houding, kleur, kleding, beweging. Armen laat ik ook vaak weg, benen niet.’
Wandelend kunstwerk
Die benen heeft ze nodig voor haar ‘live’ performances, die eigenlijk een verlengstuk zijn van wat ze als model al doet voor haar eigen camera. De performances bedenkt en ontwikkelt Guda met haar partner, kunstenaar Frans van Taartwijk. Op festivals en kunstmanifestaties wandelen zij samen – en soms in gezelschap van anderen – omhuld door een in textiel omklede vorm (kubus, zuil, boomstam) als levende sculptuur rond. ‘En Frans zingt ook, je ziet mensen vaak lachen als we rondlopen. Het stemt vrolijk, terwijl je onze gezichten niet ziet. Kunst gaat voor mij ook over interactie.’ Ook een expositie die Guda Koster nu voorbereidt voor de Grote Kerk in Zwolle zal de bezoeker een goed humeur bezorgen. #
Hella de Groot
Geef een reactie