Bron: #Dwars door de buurt – editie 256
Op deze mooie augustusdag drommen de mensen samen om het schavot voor het Rechthuis aan de Ringdijk. Melkmeid Trijn stoot haar vriendin Griet aan. ‘Wat gaan ze doen?’ Griet wipt opgewonden op en neer. ‘Ik heb gehoord dat we een echte executie krijgen!’

Onder tromgeroffel arriveert de vierschaar. De leden van deze rechtbank, de baljuw en zijn schepenen zijn voor de gelegenheid gekleed in de Rok van Justitie: een gewaad van zwart laken, met de Bloedband, een rode sjerp, over de linker schouder. Even later schuift op de eerste verdieping een raam open.
De baljuw installeert zich om een goed uitzicht te hebben op het spektakel van deze dag, terwijl de twee meter lange Roede van Justitie, die hem overal vergezelt, naar buiten wordt gestoken als een soort vlaggenmast.
Het publiek juicht als de beul het podium opklimt met zijn eerste klant. Zijn misdaden en het vonnis worden voorgelezen. De man heeft een boom langs de openbare weg beschadigd. De menigte moedigt de beul aan, terwijl die de man ervan langs geeft met een zweep. Daarna wordt de man voor vijf jaar verbannen uit de Watergraafsmeer. ‘Weet je,’ vertelt Griet, ‘De laatste keer was er een vrouw die haar baby te vondeling had gelegd. Ze moest uren op het schavot poseren met een
pop in haar armen. En ik heb een keer een valsspeler gezien waarvan ze de ogen uitstaken en een landloper waar ze de neus van afsneden, en…’ ‘Ssst!’ Trijn geeft haar een por. ‘Kijk maar uit met je geroddel, straks spijkert de beul je nog met je oren aan de schandpaal!’
Het publiek valt stil als Claes Huijsman het podium op wordt gebracht. Hij is 23 en matroos. Hij kan van angst bijna niet op zijn benen staan. De aanklacht wordt voorgelezen. In mei 1714 werkte Claes acht dagen als knecht op een buitenplaats aan de Kruislaan. Daar werd hij beschuldigd van het stelen van een gouden ring en ontslagen. Hij Scherprechter keerde de volgende dag terug, om de sleutel van de tuin terug te geven, liep het voorhuis in trof daar twee kinderen aan. Een meisje van dertien en een jongetje van twee, dat in een kakstoel zat. Misschien had Claes al snode plannen en voelde hij zich betrapt? In elk geval haalde hij een mes tevoorschijn en sneed de kinderen hun keel door.
Daarna ging hij naar de binnenkamer, waar hij met een bijl een kast opensloeg. Daaruit stal hij 20 gulden en een zilveren lepel. Met zijn buit vluchtte hij naar Hamburg. Na een uitgeloofde beloning van 200 gulden werd hij na een paar jaar uiteindelijk gearresteerd in een kroeg in Hamburg, en teruggebracht naar de Watergraafsmeer.
De klokken van het Rechthuis beginnen te luiden. Het publiek dringt woedend naar voren. De schutterij houdt hen in bedwang. Reikhalsend ziet de menigte hoe Claes Huijsman op een kruis wordt gelegd. De beul begint Claes te wurgen tot hij het bewustzijn verliest. Het publiek loeit teleurgsteld, maar de beul brengt Cleas weer bij met een plens water. Zijn ellende is nog niet voorbij. Trijn wendt haar hoofd af. Ze hoeft het vervolg niet te zien. Zijn geschreeuw is al erg genoeg, wanneer de beul met een grote hamer zijn onderlijf ‘radbraakt’. De beul laat hem nog even schreeuwen, hijst hem dan overeind en sleept hem naar een hakblok. Daar slaat hij uiteindelijk met een bijl het hoofd van Claes eraf. De klokken vallen stil, net als het publiek.
Claes’ hoofd wordt op zijn lichaam gelegd en naar de waterkant gesleept, om naar Volewijck te worden gebracht. Daar zal zijn lichaam als waarschuwing op een rad worden tentoongesteld en het hoofd op een staak, om opgegeten te worden door de vogels. ‘Trijn? Je kunt weer kijken,’ Griet schudt aan haar schouder. Bleekjes geven de melkmeiden elkaar een arm en lopen weg, de zomerzon tegemoet… #
Melissa Plomp
Geef een reactie