Bron: #Dwars door de buurt – editie 256
‘Ik rotzooi maar wat aan’ is de bekendste uitspraak van Karel Appel, die net als Johan Cruijff en Gerard Reve behoort tot onze beroemdste buurtgenoten. Op 3 mei jongstleden was het precies twintig jaar geleden dat de Cobra-kunstenaar overleed. Voor wie hem nog niet kent, hier een korte introductie.

Karel Appel kwam op 25 april 1921 ter wereld in de Dapperstraat. Vader Jan dreef daar een kapperszaak en zag zijn zoon als ideale opvolger. Maar het kunstenaarschap lonkte en Karel ging zich in tekenen en schilderen bekwamen aan de Rijksakademie in de Sarphatistraat. Na de oorlog sloot hij zich aan bij verschillende kunstenaarsgroepen, maar hoewel zeer getalenteerd bleef succes voor zijn rauwe, door emotie gedreven werk aanvankelijk beperkt. Dat veranderde nadat hij met enkele Deense, Franse en Nederlandse geestverwanten de Cobra-groep oprichtte.
Cobra was een idealistische beweging met linkse denkbeelden, gericht op het maken van ‘kunst voor het volk.’ Echter, de wild-expressionistische resultaten werden door de doelgroep lacherig of zelfs woedend onthaald. Dat de kunstenaars zich lieten inspireren door tekeningen van kinderen en mensen met een verstandelijke beperking hielp niet mee. Een grote Cobra-overzichtsexpositie in het Stedelijk Museum in 1949 liep uit op een fikse rel.
Schildersbeest
Nadat de groep in 1951 werd opgeheven ging Karel Appel ‘solo’ verder, hetgeen resulteerde in een enorme hoeveelheid schilderijen, tekeningen, wandschilderingen en sculpturen, die laatste vaak op basis van gevonden voorwerpen. Appels kunst wordt veelal gekenmerkt door heldere kleurvlakken, harde lijnen, suggesties van monden en ogen of fantasiedieren, ergens tussen abstract en figuratief, en getuigt van veel levenslust. De kunstenaar wist zijn reputatie van woest schildersbeest goed uit te venten (‘Ik smijt de verf er met kwasten en plamuurmessen en blote handen tegenaan, ik gooi d’r soms hele potten tegelijk op’) en werd er wereldberoemd mee. Appel bleef tot op hoge leeftijd productief.
Flowers
Op het Oosterspoorplein bij het Muiderpoortstation staat Flowers, een manshoge bronzen sculptuur bestaande uit een sokkel en afgietsels van houten balken en ronde ploegmessen. Het geheel verbeeldt één staande en drie liggende bloemen, achtergelaten en uitgedroogd, als een monument voor de vergankelijkheid van het bestaan. Appel maakte het in 1991 in zijn atelier in Toscane: nadat het op meerdere plekken was getoond kocht het stadsdeel het aan en ‘opende’ het in 2001. De kunstenaar was blij met de definitieve locatie, zo vlak bij zijn ouderlijk huis.
Karel Appelhuis
Het voormalige woonhuis van de familie Appel, aan de Dapperstraat 7, wordt sinds enkele jaren door de Rijksakademie bestierd als tijdelijk residency-adres voor buitenlandse kunststudenten. Naast de voordeur prijkt een kleine bronzen sculptuur met daarop de tekst Karel Appel was hier.
De collectie van het Stedelijk Museum bevat veel werk van Appel. Twee van zijn wandschilderingen uit de vijftiger jaren zijn daar permanent te zien, waaronder een ingetogen voorstelling met ‘vragende kinderen’ op de muren van het voormalige personeelsbarretje (waar het personeel toentertijd bepaald niet blij mee was.) Uiteraard heeft ook het Amstelveense Museum Cobra veel in huis. Flowers en het Karel Appelhuis zijn de enige ‘sporen’ van Appel in Amsterdam-Oost. #
John Prop
Geef een reactie